|
Jarenlang stond Paolo Savoldelli slechts bekend om zijn ongekende daalcapaciteiten. Totdat hij in 2002 in een enigszins gedevalueerde Giro d’Italia de strijd won om het roze. Dat een inzinking van de jonge Cadel Evans daaraan ten grondslag lag deed niets af aan zijn mogelijkheden. Sindsdien lukte het Il Falco, mede door blessures, echter nimmer meer op topniveau te komen. Bij het team van Discovery Channel is de Italiaan weer helemaal opgebloeid, en dat bekroonde hij met opnieuw een Giro-eindzege.
|
|
Eindelijk was daar de bevestiging. Blessures gooide de afgelopen jaren veelvuldig roet in het eten, en als hij al blessurevrij was dan gelukte het hem niet om in vorm te komen. Ook voorafgaand aan de Giro werd Savoldelli niet tot de grootste favorieten gerekend. Basso en de twee kopmannen van Lampre-Caffita, Cunego en Simoni, zouden ongetwijfeld voor de eindzege strijden. Maar Cunego kon de hooggespannen verwachtingen niet waarmaken en ook Basso verloor de controle over de ronde, door notabene een beginnersfout. De weg lag dus open voor Gilberto Simoni nu hij zowel zijn concurrend teamgenoot als zijn grootste rivaal Basso kwijt was. Maar mede door opvallend goed rijden van de piepkleine Venezolaan Rujano en allrounder Di Luca bleef de Giro tot het slotweekend vol spanning. Maar de minste klimmer van het stel, Paolo Savoldelli, ging uiteindelijk met de hoofdprijs naar huis.
Niet alleen het eindklassement zorgde voor spektakel de afgelopen drie weken. In de eerste week wisten de rappe klimmers keer op keer een massasprint te voorkomen. Door de lastige finales zorgden de laatste kilometers voor voldoende afscheiding waardoor de sprinters niet meer in aanmerking kwamen voor een dagzege. Desalniettemin waren er nog een zeven massasprints te noteren die volledig werden gedomineerd door McEwen en Petacchi. Vooral na het afscheid van de Australiër was de Italiaan vaak vooraf al winnaar.
De grote rondes stonden de afgelopen jaren niet garantie voor spektakel. De directie van de Giro greep de invoering van de ProTour aan om de nationale ronde van Italië eens goed op de kaart te zetten. Het deelnemersveld bracht niet al te veel spectaculaire veranderingen ten opzichte van voorgaande jaargangen, het parcours des te meer. In Reggio di Calabria startte de drieweekse rittenkoers met een unieke proloog van slechts een ruime kilometer lang. De gevaarlijke finales waren ook onderdeel van het strijdplan om de Giro beter de profileren. Als ultiem toetje werd uiteindelijk de ronde beslist op de Colle delle Finestre. De zware klim met een hoog gemiddeld percentage kent een laatste acht kilometer die ongeasfalteerd is. Daar explodeerde de koers volledig, niet voor de eerste maal overigens, waarna zich een spannende strijd om het roze ontspon. Simoni, Rujano en Di Luca stonden in respectievelijke volgorde achter leider Savoldelli en probeerden in de laatste bergetappe alsnog een beslissend gaatje te forceren. Even zag het er naar uit dat Il Falco in extremis zijn leiderstricot nog af moest staan maar de Italiaan beperkte zijn achterstand, waardoor hij na 2002 opnieuw winnaar werd van een grote ronde. En opnieuw vielen er enkele concurrenten weg, maar meer nog dan in 2002 was het ook een verdienste van Savoldelli zelf dat uiteindelijk hij, en niet iemand anders, in Milaan met de champagne mocht spuiten.
|